• Mensen en apen lijken op elkaar:
    het meest voorkomende spelsignaal bij mensenapen en de mens is het lachen en de ontspannen glimlach met open mond. Dat maakt duidelijk dat er gespeeld wordt, en het niet ‘menens’ of voor ’t ‘echie’ is.

  • Spelen en plezier horen bij elkaar
    als een van de partners niet meer lacht, is het spelen klaar. Het is handig om dan te stoppen, en te onderzoeken wat er niet goed begrepen is.

  • Als je gestressed, moe, ziek of bang bent, kun je grapjes niet zo goed hebben.
    Dat geldt voor ouders én kinderen. Als de spanning oploopt, kunnen onze hersenen niet meer zo goed nadenken. Het enige wat hersenen dan bezig houdt is, de manier waarop iets wordt gezegd en of we moeten vechten of vluchten.

tips

  1. Het is handig om spelen en opvoeden goed te scheiden van elkaar. Als je met je kind speelt, is het goed om hem of haar de leiding te geven. Dat zorgt ervoor dat je goed kunt aansluiten bij wat je kind kan of nog niet kan.

  2. Het is handig om opvoeden en spelen goed te scheiden van elkaar. Als er tijdens het spel van je kind iets gebeurt dat de veiligheid in gevaar brengt, grijp je in en stel je grenzen. Dat zorgt ervoor dat je kind (en jij) daarna weer veilig verder kunnen spelen.

  3. Voordat je gaat spelen is het handig om goed te situatie te overzien. Kan je kind lekker z’n gang gaan, of botst het overal tegen spullen aan, zullen er snel ongelukken gebeuren? Tref van te voren maatregelen, maak afspraken of wijs je kind op een andere plek om te spelen. Waar is de kans op ontspanning en succes het grootst?

  4. Het is handig om als ouders goed de tijd te bewaken. 5 minuten van te voren aankondigen dat er gestopt gaat worden, en dat er daarna nog 5 minuten nodig zijn om op te ruimen, houdt het overzichtelijk voor jou en je kind en voorkomt strijd en frustratie.

valkuilen

Valkuil 1 als je samen met je kind speelt: te heftig meespelen. Zorg dat jij altijd de oudste en de wijste blijft, en dat je de spanning en gevoelens van je kind in de gaten blijft houden. Als je zelf te fanatiek wordt, stoppen kinderen vaak of raken ze verward.

Valkuil 2 als je samen met je kind speelt: te schoolmeesterachtig. Iets leren doet je kind op school. Als je samen met je kind speelt, staat het plezier voorop. Het gaat erom dat jullie band versterkt wordt. Dat er nog iets geleerd wordt, is mooi meegenomen.

Valkuil 3 als je samen met je kind speelt: te afstandelijk. Als je op de bank blijft zitten, voelt je kind niet echt je aandacht. Ga op de grond zitten, erbij aan tafel zitten: kijk, observeer, let goed op. Je aandacht is een echt kado voor je kind.

Valkuil 4 als je samen met je kind speelt: te veel vragen stellen. Vragen zorgen ervoor dat je kind uit z’n spel gehaald wordt. Als je dingen niet begrijpt is het handiger om het spel te ondertitelen, zoals een reporter op TV. ‘Dora gaat met haar vriendinnetjes op pad.’ Je kind zal dan zelf snel verduidelijken, waar het spel of Dora naar toe gaat.

Valkuil 5 als je samen met je kind speelt: te snel en te bepalend. Als je zelf gestrest bent of onzeker, heb je als ouder de neiging om te snel te willen, te veel speelgoed aan te dragen of te veel ideeën te bedenken. Dat kan er voor zorgen dat je kind afhaakt. Haal even rustig adem, en neem jezelf voor even rustig te volgen wat je kind doet en wil.