• Freud wist het al lang geleden: vaders helpen hun kinderen de grenzen te verleggen en ze op te rekken. Daar gaat weleens iets bij mis. Moeder helpen hun kind vaak weer te kalmeren. Daar zijn ze soms een beetje te beschermend in.

  • Kinderen stoppen met spelen als de fantasie te echt wordt, en ze het verschil niet meer goed kunnen maken. Als je echt gelooft dat je een vlinder bent en weg kunt vliegen, is dat eigenlijk heel eng. Spelen betekent dat je ergens wel weet dat het niet echt is, ook al doe je zo je best om het echt te laten lijken.

  • Samen opruimen hoort bij samen spelen. Als kinderen jong zijn helpt het om concrete aanwijzingen te geven: ‘Doe het emmertje maar in de doos.’ Maar ook bij tieners helpen concrete vragen vaak beter: ‘Wil je de gameboy aan de oplader leggen? Hang de badmintonrackets maar aan het haakje’

  • Fantasiespel spelen is een vorm van zelfhulp voor kinderen. Als je kind iets naars heeft meegemaakt, bijv. naar het ziekenhuis en daar een prik gekregen, dan zul je de dagen erna zien dat je peuter, kleuter of lagere schoolkind de ervaring verwerkt in spel. Je kind speelt dan vaak vanuit de positie van de dokter of de tandarts/ de persoon die de pijn veroorzaakt. Dat helpt om de ervaring te verwerken, en onderdeel te maken van het levensverhaal van je kind.

  • Als je denkt dat Sinterklaas echt bestaat, is dat best eng! Zodra kinderen hun geloof in Sinterklaas gaan verliezen, weet je dat ze definitief fantasie en werkelijkheid kunnen onderscheiden. Als het spannend wordt, zo tegen december, zijn ze deze vermogens soms tijdelijk even kwijt.

  • Fantasievriendjes kunnen een tijdje met kinderen meefietsen, mee-eten, meeslapen en meespelen. Geef de fantasievriendjes een plek, en ga met respect met ze om. Soms betekent een fantasievriendje dat je kind zich wat alleen voelt, en behoefte heeft aan een maatje of een steuntje, maar dat hoeft niet zo te zijn.

  • Kinderen stoppen met spelen als de werkelijkheid te sterk wordt, tijdens het spelen. Bijv. als je als ouder je afkeuring laat blijken ‘Leg dat pistool eens neer. Gaan ze elkaar doodmaken, dat is niet lief.’, of ‘Wat heb jij dat goed gespeeld!’

  • Vaak loopt de spanning op in een spel, om na een ontlading te verminderen. Veel spelletjes bij jonge kinderen verlopen op die manier. Zo leert een kind spanning en ontspanning te hanteren. Behulpzame ouders houden in de gaten of de spanning niet te hoog oploopt, en dempen vaak het spelen iets als kinderen te veel gaan gillen of te druk worden.

  • Jonge kinderen genieten van spel met veel herhaling. Ze vinden het leuk om als het ware te voorspellen wat er gaat komen. Een kleine variatie in je stem, in je tempo, in je gezicht of in de activiteit is al weer plezier voor twee.

  • Kinderen leren al spelen in de wieg! Baby’s leren spelen, zodra ouders regelmatig een ‘gespeeld’ gezicht naar hen trekken. Ouders doen dit om hun kind een bepaald gevoel te spiegelen, bijvoorbeeld: ‘Ach meisje, ben je zo geschrokken van oom John?’ De ouder trekt een gefronst gezicht. De baby begrijpt al heel jong dat dit ’gespeelde’ gezicht betekent dat de ouder het gevoel van de baby begrijpt, en niet persé zelf geschrokken is. Baby’s gaan juist harder huilen, of schrikken nog meer als de ouder zelf ook schrikt.

  • Kiekeboe en verstoppertje helpen jonge kinderen om vertrouwen in de ouder te ontwikkelen. De ouder komt altijd weer terug en blijft niet weg. Het kind wordt altijd gevonden en nooit vergeten. Zo ontwikkel je als kind vertrouwen dat je vader of moeder er altijd voor je zijn, ook al zijn ze niet direct zichtbaar. Zo leer je langzamerhand dat dit ook zo is op het spannendste moment van de dag: midden in de nacht.

  • Veel peuters hebben een terugval in hun vermogen zelf in slaap te vallen en zelf weer door te slapen na een enge droom, als de fantasieontwikkeling flink op gang is gekomen. Stel je toch voor: je kúnt opeens bedenken dat er een enge man, krokodil, of cartoonfiguur onder je bed ligt. Wie garandeert je midden in de nacht dat dat niet écht het geval is? Midden in de nacht is het moeilijkste moment om werkelijkheid te kunnen onderscheiden van fantasie. Als ouders moet je dan vaak een handje helpen.

  • Peuterangsten midden in de nacht kun je op twee manieren helpen oplossen:uitleggen dat je peuter bang is geworden van een droom of een gedachte. Of door mee te spelen.Je jaagt met veel krachtvertoon de enge man, krokodil of cartoonfiguur de kamer uit, terug naar de dierentuin, de televisie of de gevangenis. Je peuter weet ergens wel dat ’t niet echt is, maar zal genieten van z’n macht en stevigheid, naast zijn sterke papa of mama.

  • Rollenspel helpt je kind om situaties van meer kanten te leren bekijken. Dat is heel handig in de omgang met andere kinderen. Zodra mensen met elkaar omgaan en met elkaar botsen, zijn er altijd twee kanten aan de zaak. Als je dat van twee kanten kunt bekijken, en dat kan heel makkelijk in een rollenspel, dan leer je begrip voor jezelf én de ander te ontwikkelen.

  • Peuters vooral, maar kinderen van alle leeftijden genieten vaak van spel met de zintuigen: spelen met zand, water, modder, klei, verf, deeg. Je kind leert hierdoor z’n zintuigen goed te gebruiken. Je kunt je kind helpen door de aandacht te richten op hoe het zand voelt, de klei ruikt, welke kleur de modder heeft, hoe het water klatert, enz…

  • Als er seksuele spelletjes gespeeld worden is het tijd om iets te vertellen over goede geheimen en vervelende geheimen, dat spelen leuk is als iedereen het wil, en mag stoppen als iemand het niet wil, en dat het goed is om te spelen met mensen van dezelfde leeftijd, als je doktertje wil spelen.

  • Jonge kinderen vinden rollenspel nog heel moeilijk. Ze spelen het gemakkelijkstmet échte voorwerpen: een echt theeserviesje, een duwkar, een zuigfles. Je peuter speelt over dingen die hij zelf kent: eten, slapen, koken en autorijden. Je kleuter kan voorwerpen gebruiken voor iets anders: een blok wordt een hek, een stoel wordt een treinwagon, een vloerkleed een eiland. De verhalen wordt uitgebreider en er kunnen dingen in voorkomen die het kind nooit heeft meegemaakt.