• Stoeien is belangrijk. In het stoeien leer je boosheid te controleren, leer je signalen goed te interpreteren en grenzen te respecteren. Kinderen die veel stoeien zijn op het schoolplein veel weerbaarder.

  • Moppen vertellen helpt je kind in z’n sociale ontwikkeling. Een goede mop heeft een clue, en er zit een dubbelzinnigheid in. Hoe ouder je kind wordt, hoe beter hij of zij met die dubbelzinnigheid uit de voeten kan. Je kind kan situaties, woorden of moppen van twee kanten bekijken.

  • Het duurt een tijd voordat kinderen écht eerlijk zijn tijdens bordspelletjes. Verstandige ouders kijken goed hoeveeleerlijkheid, of eigenlijk, hoeveel verlies hun kind aan kan. Eerlijk verliezen moet je leren. Dat duurt jaren, voordat je dat echt in de vingers hebt. Zelfs volwassenen vinden dat soms nog moeilijk.

  • Kinderen leren omgaan met verlies tijdens bordspelletjes en competitiespelletjes. Beloon ze voor dapper en moedig gedrag, voor eerlijk spel, voor een snel herstel na teleurstelling. Dat helpt ze om te voelen dat ze ook met tegenslagen goed kunnen omgaan. Jouw begrip helpt altijd: ‘Jammer! Goed volgehouden! Het is ook niet leuk om te verliezen…’

  • Lego, knecks, blokken, puzzels en de treinbaan versterken het ruimtelijk inzicht van je kind. Het plezier zit in het maken, maar veel kinderen worden ook rustig(er) van een tijdje ordenen en bouwen.

  • Fantasiespel spelen is een vorm van zelfhulp voor kinderen. Als je kind iets naars heeft meegemaakt, bijv. naar het ziekenhuis en daar een prik gekregen, dan zul je de dagen erna zien dat kind de ervaring verwerkt in spel. Je kind speelt dan vaak vanuit de positie van de dokter of de tandarts/ de persoon die de pijn veroorzaakt. Dat helpt om de ervaring te verwerken, en onderdeel te maken van het levensverhaal van je kind.

  • Fantasiespel is de taal van kinderen. Kinderen vertellen vaak door middel van hun spel wat hen bezig houdt. Met je kind meespelen, waarbij je kind bepaalt waar het over gaat, is een hele handige manier om met je kind van gedachten te wisselen. Zo kom je gemakkelijk te weten wat je kind dwars zit, welk gevoel hem bezig houdt en welke verlangens hij of zij heeft.

  • Als je als ouder steeds wilt winnen van je kind, wordt het tijd om zelf een sport of hobby te kiezen met vrienden die tegen je op gewassen zijn.

  • Een wedstrijd met je kind is pas leuk als er voldoende spanning is tussen de deelnemers. Een volwassene doet bij een jong kind vaak aan ‘self-handicapping’: je legt jezelf een langzamer tempo op, je geeft dommere antwoorden, je snapt het niet helemaal of je laat je af en toe pakken. Ondertussen zorg je ervoor dat het spel nét spannend genoeg is, om samen plezier te hebben.

  • Droom of fantaseer lekker met je kind mee:samen kun je met woorden of speelgoed (lucht)kastelen bouwen. Natuurlijk weet je kind wel dat het fantasie is. Dat weten kinderen al vanaf hun ongeveer hun 3e, of vanaf het moment dat ze wat geërgerd tegen je zeggen: ‘Het is nep, hoor’

  • Samen fantasiespel spelen is de leukste en tegelijk de moeilijkste vorm van samen spelen als ouder en kind. Het is handig om van te voren de rollen te verdelen: ‘Wie ben jij? En wat ben ik dan?’ Heb je tussentijds even geen idee waar het spel naar toe moet? Dan kun je achter je hand even fluisterend overleggen met je kind: ‘Ging de boef ermee akkoord? Was de schooljuf streng of lief? Werd het geld van de winkeljuffrouw afgepakt?’

  • Fantasiespel spelen betekent dat je kind weet dat ’t niet echt is. Als je speelt kan alles. Het is fijn als je kind jouw vertrouwen krijgt dat hij overal over mag spelen. Juist door te spelen over lastige of moeilijke zaken kan je kind controle krijgen. Spelen over ruzie, oorlog, monsters, jaloezie, dood, slechteriken, diefstal enz. kan er voor zorgen dat je kind in het echt socialer kan zijn.

  • Gun elke (stief)ouder z’n eigen spel of moment met het kind. Kinderen maken gebruik van de eigenschappen van allebei de ouders. De een is beter in verhaaltjes vertellen, die mag vaker mee naar bed brengen. De ander is beter in ruzietjes helpen oplossen als er vriendjes komen spelen, dan is het fijn dat die ouder in de buurt is.

  • Als er ruzie is met vriendjes en vriendinnetjes is het goed om te kijken wat kinderen zelf onderling kunnen oplossen. Als je toch vindt dat je moet ingrijpen, is de eerste stap om even samen te vatten wat er gebeurde. ‘Toen jij zei dat je niet me naar buiten wilde, ging hij aan jou trekken. En toen duwde jij, en viel de knecks om. Jammer… Hoe kunnen we dit oplossen?’

  • Kinderen vinden het heerlijk als je publiek wilt zijn. Neem wat poppenkinderen en knuffels mee, die vinden vaak ook veel van de voorstelling, lachen mee, leveren commentaar of schrikken van de acts en klappen mee.

  • Als kinderen in de lagere schooltijd zijn kunnen ze geleidelijk aan zonder voorwerpen spelen, als het moet. Ze kunnen dagdromen: over een prinsessenbestaan, dat ze met Pippi Langkous mee te reizen, dat ze motorcrossheld zijn of op een mooi tropisch strand liggen. Daar is niets meer voor nodig en kunnen ze op elk moment doen.